Over afvallen en gezond leven
Koolhydraten zijn géén dikmakers.
Wanneer je bedenkt dat koolhydraten (4 kc) veel minder energie leveren dan vetten (9 kc) en dat ze evenveel energie leveren als eiwitten (4 kc), zul je begrijpen waarom dit zo is.
Het lichaam heeft zelfs de voorkeur voor koolhydraten als brandstof, omdat het deze gemakkelijker verbrandt als vetten en eiwitten. Bovendien zijn vetten verhoudingsgewijs erg energierijk en kan een te grote aanvoer van eiwitten een te grote belasting voor de nieren betekenen, aangezien deze de afvalprodukten van eiwitten moeten verwijderen.
Waar royaal koolhydraten in de vorm van zetmeel gegeten wordt, zal het vetgehalte in de voeding verhoudingsgewijs minder worden. Pas wanneer brood belegd wordt met veel vette producten als volvette kaas en worst en de aardappelen rijkelijk worden voorzien van vette jus, is het positieve effect van veel zetmeel verdwenen.
Zetmeelrijke produkten als aardappelen, granen en peilvruchten zijn verder rijke bronnen van B-vitamines. Ook ijzer komt voor in de zetmeelrijke produkten.
In de enkel- en tweevoudige koolhydraten (suikers) zijn deze vitamines en mineralen maar schaars aanwezig, vandaar dat zetmeel om o.a. die reden de voorkeur heeft boven de overige koolhydraten.
Aangeraden wordt het menu dagelijks samen te stellen uit:
55% koolhydraten, waarvan 40% zetmeel en 15% suikers
30-35% vet, waarvan ⅔ onverzadigd vet en ⅓ verzadigd
15% eiwit, waarvan ⅔ deel van plantaardige en ⅓ van dierlijke oorsprong


